Tijdens de lunch vraagt ze de kinderen hoe de vakantie is
geweest. Ze herinnert zich dat een van de jongens zijn verjaardag zou vieren.
Ze vraagt of hij een leuk feestje heeft gehad. Enthousiast vertelt hij dat hij
met vijf vriendjes naar Dubai is gevlogen. Haar mond valt open van verbazing.
‘Naar DUBAI!?’, herhaalt ze met een iets te harde stem. ‘Ja, mijn vader had
tickets gekregen.’

Ze voelt zich boos worden. Dit is toch niet normaal? Ouders
bedenken de gekste dingen. Dit kan zo toch niet langer? Uit boosheid vraagt ze
niet door over het feestje. Ze zegt: ‘Nou, een feestje in de achtertuin is net
zo leuk hoor.’ Er volgt een verhaal over het plezier dat ze had met koekhappen
tijdens een feestje van haar eigen dochter.

Ik ben heel benieuwd. Hoe zou jij reageren? Bepaal je
reactie voor je doorleest.

Zou jouw reactie anders zijn als je het volgende weet:

·
De jongen volgt basisonderwijs op de
Internationale Afdeling van een basisschool

·
Hij van jongs af aan gewend is i.v.m. werk van
zijn vader de wereld over te reizen

·
Hij de tijdzones uit zijn hoofd kent

·
Hij een wereldkind is

Verschillende
leefwerelden

Als jouw leefwereld en die van een kind flink verschillen
kan het lastig zijn om je in die andere wereld van kinderen en ouders te
verplaatsen. Dit jongetje wilde meer vertellen maar kreeg de kans niet. Het vraagt
zelfbeheersing om niet gelijk met een oordeel te komen. Daarvoor moeten we onze
Opvoedspieren©
trainen.

Verzet je niet tegen de verschillen. Help kinderen elkaars
wereld te begrijpen. Dat kan je o.a. doen door kinderen ruimte te bieden om te
vertellen en door het stellen van vragen.