Blog Image

Praktische Pedagogische Tips

Complimenten geven aan kinderen met een laag zelfbeeld

Tips voor de TSO Posted on Tue, November 20, 2018 17:05:02

Kinderen met een laag zelfbeeld geven we vaak op een
overdreven manier complimenten. We denken hen daarmee te helpen. Hen aan te
moedigen.

Wist je dat een te enthousiaste reactie hen juist het idee geeft
dat jij verwacht dat ze het altijd zo (goed) doen? Het zet hen onder druk. Hierdoor
durven ze minder. Dat is niet wat jij voor ogen hebt denk ik.

Uit onderzoek blijkt dat een compliment krijgen over de
inspanning die je bij het kind ziet hem meer
uitdaagt om nieuwe dingen te proberen dan complimenten als ‘wat ben jij ongelofelijk
knap’ of ‘wat je slim!’

·
Gebruik een normale toon als je een compliment
geeft

·
Zeg welke inspanning je hebt gezien,
bijvoorbeeld: ‘Je hebt 5 tekeningen in een half uur gemaakt.’

·
Een opgestoken duim, even lachend aankijken of
een high five kan ook al genoeg zijn



De jongen die commando’s geeft

Tips voor de TSO Posted on Tue, November 06, 2018 20:49:51

Een cursist vertelt mij : ‘We hebben een soort koning in
groep 7. Hij geeft commando’s aan andere kinderen. Bijvoorbeeld: ”Pak mijn
brooddoos eens!” De andere kinderen doen
gewoon wat hij zegt. Ik denk dat ze bang
zijn en niks durven zeggen. Ik vind het niet kunnen. Deze jongen irriteert mij
mateloos. Hij blijft er mee doorgaan ook al zeg ik dat we hier in deze klas
allemaal onze eigen broodtrommel pakken. Wat kan ik hier aan doen?’

Hieronder lees je mijn kijk op deze situatie.

Leiders en volgers

Afhankelijk van jouw taak neem je in de TSO voor de lunchpauze een klas van de
leerkracht over. Een klassengroep bestaat uit verschillende subgroepen. Je hebt
dat vast al eens waargenomen. In die subgroepen zie je leiders en volgers ofwel
initiatiefnemers en kat-uit-de-boomkijkers. In alle groepen komt dat voor, of
het nu kinderen of volwassenen zijn.

Er zijn kinderen die aanvoelen wat andere kinderen leuk
vinden. Zij spelen daar op in en sturen zo het gedrag van de ander. Die ander
heeft daar meestal geen last van. Ze worden als het ware verleid. Het zijn misschien
wel de managers van de toekomst.

Het kan ook zijn dat een kind heel eisend is, zich opdringt.
Je hoort dat aan de dwingende toon die het kind gebruikt. Je ziet het aan de
blik in de ogen. Als dit kind het in de groep voor het zeggen heeft, verbiedt
het gedrag niet zomaar. Je krijgt dan gedoe omdat de pikorde in de groep daardoor
uit balans raakt.

Ik begrijp echter dat bij negatief eisend gedrag wilt
ingrijpen. Doe dit niet impulsief en zonder overleg.

Dit kan je doen:

·
Check jouw emoties. Waar komt je gevoel vandaan?
Wat maakt je bijvoorbeeld zo boos? Is het oud zeer? Heb je medelijden met de
volgers? Etc.

·
Zoek contact met de leerkracht. Ziet deze ook
wat jij waarneemt? Hoe reageert hij/zij erop?

·
Is er een idee waarom het kind deze rol en toon
nodig heeft?

·
Is het gedrag voor andere kinderen een probleem?
Wat zie of hoor je?

·
Spreek met de leerkracht af of en wat er moet
gebeuren. Wie gaat wat doen?

·
Spreek het kind aan op de manier waarop hij iets
zegt. Zeg (nog) niets over zijn rol. Doe dit 1 op 1 zodat andere kinderen het
niet horen. Hij hoeft zich dan niet stoer te houden voor de groep. Doe dit aan
het begin van de overblijf als je zelf nog geen centimeter irritatie hebt
opgebouwd.

Bijvoorbeeld: Ik hoor je al een
aantal dagen heel commanderend tegen … (naam kinderen) zeggen dat je brooddoos
gepakt moet worden. Ik vind dat een vervelende sfeer geven. Vraag het vandaag
wat vriendelijker, oké?

Ga geen discussie aan. Laat je
niet verleiden!

Weet dat

·
Het een taak van de leerkracht is om samen met
de kinderen aan een positieve, veilige sfeer in de klas te werken.

·
Dit een
proces is wat tijd kost en verschillende fases kent.

·
Je tijdens de korte TSO tijd niet in staat bent
om een klassensfeer en rangorde te veranderen.

·
Groepsvorming wel jouw uitdaging is als je
kinderen uit verschillende groepen hebt.



Doe jij dit ook?

Tips voor de TSO Posted on Wed, October 17, 2018 12:10:40

We spreken kinderen vaak aan door het stellen van vragen
als:

·
Doe je dat thuis ook?

·
Zou je het leuk vinden als… (bijvoorbeeld: zij
dat bij jou doet?)

·
Denk je dat ik dat leuk vind?

·
Wat doe jij nou?

·
Vind je dat normaal?


Weet je waarom je in een eerste reactie vaak dit soort
vragen stelt? Je wilt het kind laten nadenken. Je wilt dat het zelf beseft dat
het fout bezig is.

De vragen hierboven geven meestal niet het door jou gewenste
antwoord. Je hoort, zeker van mondige bovenbouw kinderen, vaak antwoorden als:

·
Doe je dat thuis ook? Ja, dat doen wij

·
Zou je het leuk vinden als… (bijvoorbeeld: zij
dat bij jou doet?) Boeit me niet

·
Denk je dat ik dat leuk vind? Ja

·
Wat doe jij nou? Ik doe niets

·
Vind je dat normaal? Ja

Dit soort antwoorden stoppen een gesprek. Je voelt je met
een mond vol tanden staan. Je voelt je misschien boos worden. Je vindt het
brutale reacties enz. Jongens uiten zich vaker dan meisjes op deze manier. Zijn
er ook nog vrienden in hun buurt dan willen ze niet afgaan. Volgens Hans
Kaldenbach zullen kinderen als ze bestraffend worden aangesproken in de
ontkenning gaan. Ze kijken van je weg. Het zit in hun natuur.

Probeer uit die eerste vraagimpuls te stappen. In plaats van
vragen stellen zeg je onder vier ogen wat je wilt dat er gebeurt. Houd het
kort. Laat een stilte vallen, dat geeft rust.



Waarom werk jij in de TSO?

Tips voor de TSO Posted on Sat, September 08, 2018 22:01:14

Misschien een gekke vraag om aan het begin van het
schooljaar aan jou te stellen. Ik doe het omdat het een hele belangrijke is.
Het is een vraag die vaak vergeten wordt.

Kan je ‘jouw waarom’ in een tot twee zinnen onder woorden
brengen?

Probeer dit te doen voordat je verder leest.

Er zijn veel verschillende antwoorden op de vraag. Ik ben
benieuwd naar jouw motivatie!

Twee uitersten

Weet je dat jouw antwoord gevoeld wordt door de kinderen
waarmee je werkt?

Ik schets hieronder twee uitersten. Stel:

A Je bent graag op de
school. Ook al is het niet altijd even
makkelijk, je geniet van het contact met de kinderen en de collega’s.

B Je bent eerlijk gezegd
liever ergens anders. Je stoort je aan het gedrag van de kinderen. Je kan het
geld echter heel goed gebruiken.

Kan jij je voorstellen dat situatie A een heel ander effect
heeft op de relatie die jij met kinderen opbouwt dan situatie B? Kinderen merken
het aan je. In situatie B ontstaat afstand tussen jou en de kinderen. Soms
letterlijk. Het kan een onveilig gevoel veroorzaken.

Jas aan en tas op
schoot

Zo zag ik eens op een school twee TSO medewerkers met hun
jas aan, tasje op schoot, aan de zijkant in het klaslokaal zitten. Af en toe
riepen ze vanaf hun stoeltje iets naar een kind. Ze zaten erbij alsof ze op de
tram wachtten en ieder moment konden vertrekken. Ze vertelden mij dat ze het
lastig vonden dat de kinderen niet goed luisterden, hen soms zelfs negeerden. Dat
had in hun geval met verschillende factoren te maken. Ik kon mij hun gevoel
goed voorstellen. Ze vonden het werk niet meer leuk. Ik kon het aan hen zien.
Kinderen uiteraard ook.

Hoe positiever je in het werk staat hoe beter de relatie met
kinderen zal worden. Kinderen nemen dat onbewust waar. Ze zullen beter naar je
luisteren. Je krijgt stap voor stap meer overwicht op de groep.


Wat doe jij om
positieve relaties op te bouwen?

Ben jij je hiervan bewust? Ik ben van mening dat kinderen
recht hebben op positieve relaties. Relaties die helpen het zelfvertrouwen te vergroten.
Relaties die kinderen ondersteunen op de weg die zij zelf leren lopen. Relaties
die ontwikkeling stimulerend zijn.

Noteer iedere dag of week een aantal leuke momenten die jij
in contact met een kind meemaakte of misschien zag je iets moois tussen
kinderen onderling gebeuren. Wat heb je
gedaan om de groep onder controle te krijgen? Noteer dat ook. Het geeft jou
positieve energie. Die straal je uit.

Zeker met een nieuwe groep in dit schooljaar kan het je
helpen. Leuk om met collega’s uit te wisselen wat je hebt gedaan of hebt
gezien! Als je het ook met mij wilt delen? Ik hoor het graag!



Verdriet om de knikkers

Tips voor de TSO Posted on Mon, April 09, 2018 13:45:49

Ik loop op het schoolplein en zie in mijn ooghoek dat een jongen en een meisje onenigheid hebben. De situatie baart mij geen zorgen. Ik bemoei me er niet mee en loop door. Ze komen er vast wel uit.

Maar als ik voor de derde keer in de buurt ben huilt het meisje. Ze kijkt mij hulp vragend aan.

Ik ga door mijn knieën en zeg: ‘Jij bent aan het huilen.’

Ik ben stil.

Ze vertelt mij snikkend dat ze aan het knikkeren waren, voor ‘neppie’. Nu heeft hij, ze wijst naar de jongen, gewonnen en toch haar knikkers gepakt.

Ik ben stil.

De jongen zegt dat hij niet had gehoord dat het voor ‘neppie’ was.

Ik zeg: ‘Oké, dus jij dacht voor ‘neppie’ te spelen en jij dacht voor ‘eggie’ te spelen. Tsja, hoe zouden we dat nu eens op kunnen lossen?

Ik ben stil. Het blijft een poosje stil.

De jongen steekt zijn vinger in de lucht en roept met een lach op zijn gezicht: ’Ik heb een idee!’

‘Doe jij je ogen maar dicht en tel tot twintig.’

Het meisje huilend: ‘Ik weet al wat je dan gaat doen, dan doe je die kleinste knikker in mijn jaszak.’

Hij denkt na en zegt dan: ‘Misschien is tot twintig tellen niet genoeg. Draai je maar even om.’

Hij pakt haar bij de schouders en draait haar voorzichtig om.

Ik besluit ook omgedraaid naast het meisje te gaan staan en zeg: ‘Spannend, wat zal er gaan gebeuren?’

Ze knikt.

Het wachten duurt in onze beleving lang maar dan komt hij terug en zegt: ‘Draai je maar om. Kijk daar maar eens op het bankje.’

Op het bankje liggen de knikkerzakken.

‘Kijk maar in jouw zak’, zegt hij.

Ze loopt er naar toe, kijkt in de zak en er verschijnt een grote lach door haar tranen.

Ik: ‘Wat is er gebeurd?

Ze vertelt lachend dat ze al haar knikkers terug heeft gekregen.

De kinderen lachen nu allebei.

Ik vraag hen of het zo is opgelost. Ze zeggen alle twee ja.

Ik geef hen een high five en zeg: ‘Mooie oplossing.’

De jongen kijkt tevreden. Het meisje houdt mijn hand nog wat langer vast. Dat ontroert me.

PS
Wil jij ook leren om relaxt ruzies te begeleiden en te werken aan een vertrouwensband met kinderen? Ik leer het je in het programma Expeditie Ruzie .



Ben jij territorium bewust?

Tips voor de TSO Posted on Thu, March 22, 2018 23:18:36

Wij mensen zijn net dieren. In mijn ogen zijn we kuddedieren. Een kudde heeft zijn leefgebied en voegt zich naar de regels en gewoonten van de groep. Ieder dier leert zijn plek binnen de kudde kennen. Vandaag bekijk ik de TSO eens van de dierlijke kant. Hoe komt het toch dat ik veel overblijf medewerkers hoor zeggen dat ze het gevoel hebben niet altijd serieus te worden genomen?

Het territorium van de leerkracht

Kinderen die naar school gaan komen het gebied, ofwel het territorium binnen van de leerkracht. Het is zijn of haar lokaal. De leerkracht is daar de baas. Dat geeft aanzien en status. De meeste kinderen gaan zich in de loop van de tijd steeds veiliger en vrijer voelen in het territorium. Ze maken zich het gebied eigen. Ook buiten het lokaal gebeurt dat maar in wat mindere mate. Het is nodig dat er een duidelijke leider is die zich laat zien. Hij zorgt ervoor dat grenzen steeds weer opnieuw worden afgebakend.

Het territorium van de kinderen

Maar dan is het 12 uur en gaat de leerkracht lunchen. De leider verdwijnt. Het gebied is nu van de kudde, van de kinderen. Kom jij binnen dan betreed je het territorium van de kinderen en de leerkracht. De kudde reageert op de indringer. Er is onrust. Zij zijn met veel en jij bent alleen. Zij zijn sterker. Ze accepteren niet zomaar een andere leider. Ze gaan uitproberen en bijvoorbeeld druk of grappig doen. Je zult als TSO medewerker je positie moeten verwerven. Dat kan aardig wat energie en tijd kosten.

Aparte lunchruimte

Hebben jullie op de school een aparte ruimte voor de lunch? De school is nog steeds het territorium van de kinderen maar hier heb jij het duidelijker voor het zeggen dan in hun eigen klaslokaal. Ze zullen je minder als indringer zien. Zorg dat je in de lunchruimte bent voordat de kinderen binnen komen. Dat scheelt aanzienlijk!

5 tips die je helpen een krachtige leider van de overblijfkudde te zijn:

1. Kijk bij binnenkomst vriendelijk en begroet iedere dag opnieuw de groep

2. Werk aan het opbouwen van een positieve relatie met de kinderen

3. Stel vriendelijk en duidelijk grenzen

4. Gebruik humor

5. Begeleid conflicten tussen kinderen op een rustige en positieve manier

Veel succes in de TSO!



Je ouders in scheiding

Tips voor de TSO Posted on Thu, March 08, 2018 17:36:19

Vandaag
heb ik weer een keer een Expeditie Opvoeden on Tour voor je. Hierin spreek ik met
een deskundige en vraag naar tips en adviezen voor de tussenschoolse opvang.

Ik
realiseerde mij met enige schrik dat ik afgelopen jaren nog nooit iets heb
geschreven over kinderen die een scheiding mee maken terwijl het zo veel voor
komt! Ieder jaar komen er zo’n 70.000 kinderen in scheidingssituaties terecht.
Een op de drie huwelijken strandt. Veel he?

Ik
heb de vriendelijke en super toegankelijke Cindy Kerklingh van Tweemaal
Thuis

ontmoet. Zij begeleidt zowel privé als op scholen kinderen in
echtscheidingssituaties. De methode die zij daarbij gebruikt heet KIES en staat
voor Kinderen In Echtscheidings Situaties. Misschien heb je er wel eens van
gehoord.

Cindy
heeft 20 jaar werkervaring als leerkracht en Intern Begeleider op een
basisschool. Ze weet als geen ander wat zich in de klas kan afspelen met
kinderen in dit soort situaties.

Haar
eerste tip en iets om over na te denken is deze:

Wist
je dat veel kinderen uit zichzelf niets over een scheiding zeggen als het ze
niet gevraagd wordt?

Cindy
vertelt dat je bij kinderen in een echtscheiding situatie vaak veranderingen in gedrag ziet zoals
bijvoorbeeld

·
Drukker zijn

·
Meer lichamelijk contact zoeken. Dit zie je vaak bij jongens.

·
Terugtrekken, stiller zijn. Dit zie je meer bij meisjes.

·
Niet meer willen luisteren

·
Storend gedrag vertonen

·
Sneller geïrriteerd zijn

·
Onrust zoals bijvoorbeeld moeite met stil zitten

Er
kan veel angst en onzekerheid zijn
over wat er allemaal gaat gebeuren. De kinderen hebben vaak een ‘druk hoofd.’
Dit heeft tot gevolg dat ze minder (makkelijk) lesstof op kunnen nemen. Naar
jou luisteren wordt ook lastiger als je hoofd zo vol is.

Is
jou niets bekend over een scheiding
maar valt een gedragsverandering bij het kind op?

·
Ga naar de leerkracht. Zeg wat je ziet of hoort.

·
Vraag de leerkracht of hij/zij weet of er wat speelt. De
leerkracht mag jou melden dat er sprake is van een scheiding. De details mag
hij niet doorgeven.

·
De coördinator kan contact opnemen met de ouders om te
overleggen wat tijdens het overblijven helpend kan zijn voor het kind.

Hier kan je op letten in
jouw houding:

·
Als het kind iets vertelt over de ouder, heb dan geen oordeel en
kies geen partij
. Blijf neutraal. Ook al lijkt het dat het kind partij kiest
voor een van beiden. Op de lange termijn is het voor het kind belangrijk dat de
relatie met beide ouders positief blijft.

·
Het is belangrijk de kinderen niet met (goedbedoelde) hulp of
oplossingen te bombarderen. Oplossingen worden niet verwacht.

·
Verdriet delen lucht op. Tijdens de overblijf kan het kind
wellicht net iets meer van zichzelf laten zien. Dan is het bieden van een
veilige plek, waar het kind gezien en gehoord wordt al heel waardevol!

·
Wees oprecht geïnteresseerd en geef het kind de ruimte om te
vertellen. Door te luisteren kan je wat ruimte maken in het drukke hoofd van
het kind.

Hier
is nog een mooie tip van Cindy voor
jouw communicatie:

Als
je zegt: ‘Het valt mij op dat je… bijvoorbeeld: vaak andere kinderen slaat afgelopen 2 dagen. Gaat het?’, nodig je een
kind uit om met een verhaal te komen. Deze vraag is ondersteunend en geeft meer
ruimte dan ‘Hoe gaat het?’ Het is maar één woord wat je weglaat. Voel je
het verschil?

Een
jongen van 7 jaar antwoordde hier op met: ‘Nee.’ Hij heeft de TSO medewerkster
verteld over de scheiding. Thuis vertelde hij aan zijn moeder over het
gesprekje met de overblijf juf. Hij had gezegd niet meer precies te weten wat hij
allemaal had verteld. Wat hij nog wel wist was dat hij het zo fijn vond dat zij
hem even had geknuffeld. Dit had moeder ook een goed gevoel gegeven. Haar kind
was in deze spannende situatie even gehoord en gezien.

Cindy:
Weet dat je van grote waarde kunt zijn voor het kind.

Veel
succes in de TSO!

Saskya Wiegel



Spannende stiltes

Tips voor de TSO Posted on Tue, February 06, 2018 21:33:29

Kan jij tegen een stilte in een gesprek of vul je die zo
snel mogelijk op met praten? Wist je dat je meer te weten komt over gedachten,
beweegredenen en gevoelens van kinderen als jij minder praat? Het is eigenlijk
heel simpel. Als je praat luister je niet. Als je stil bent kun je de ander
horen.

Gebruik jij bewust stiltes in jouw contact met kinderen?

Als je even stil bent kan het kind:

· verwerken wat jij zegt

· voelen dat er ruimte is om iets te zeggen

· voelen dat hij ‘aan de beurt’ mag zijn

· zich gehoord en gezien voelen

Eigenlijk grappig dat stil zijn zo moeilijk is. Het vraagt
voor de meesten van ons een flinke inspanning.. Ook als de stilte voor jouw
gevoel lang lijkt te duren WACHT! Jouw tijdsgevoel klopt op zo’n moment vaak
niet. Ik weet het, wachten is moeilijk, wachten kan jou een onrustig gevoel
geven, wachten voelt soms ongemakkelijk. Stiltes kunnen zelfs spannend zijn.

Ik nodig je van harte uit om jezelf hierin te trainen. Zie
het als een uitdaging. Probeer komende weken eens een paar keer stil te zijn.

Afgelopen week moest ik mijzelf ook weer eens inhouden om
niet te gaan praten. De situatie:

Ik kijk tijdens een trainingsdag ook even mee bij de TSO. Op
het schoolplein loop ik heen en weer. Een
kleuter staat met een papieren doekje tegen haar mond en kijkt mij met
verdrietige ogen aan die smeken om contact. Ik ga door mijn knieën en zeg: ‘Hé
wat zie ik? Jij hebt een doekje tegen je mond.’
Het meisje knikt. Ik ben stil. Ze vertelt met een ernstig gezicht dat ze
op haar lip is gevallen en pijn heeft. Ze haalt het doekje weg zodat ik haar
lip kan zien. Ik zie niets bijzonders aan haar lip maar het is duidelijk dat er
voor haar wel wat aan de hand is. Ik vraag haar of het doekje helpt. Ze knikt. Ik:
‘Dat is fijn!’ Ik wijs naar haar andere hand en zeg: ‘In die hand zie ik een
pleister.’ Ik ben stil. Ik wil wat
zeggen, ik houd mij in. Ik wil wat vragen maar houd mij in. Ik ben nog steeds
stil. Ik wacht. Er komt er een lachje op haar gezicht en dan zegt ze: ‘Die ga
ik bewaren voor als het straks nog niet over is.’ Ze stopt de pleister goed weg
in haar jaszak. Ik: ‘Ik hoop dat de pijn
snel overgaat’. Ze knikt.

Een bijzondere ontmoeting!



« PreviousNext »